Het kwartaal in een notendop

Na twee zeer beweeglijke kwartalen op de financiële markten, was het derde kwartaal minder volatiel. Het vertrouwen dat de economische neergang van kortstondige duur zou zijn, door onder andere de steunprogramma’s van overheden en centrale banken, zorgde voor een relatief rustige stemming op de beurzen. Deze mogelijk korte duur van een recessie werd weerspiegeld in het herstel in sommige economische indices gedurende de zomermaanden. Daarbij hielp natuurlijk dat in veel landen de maatregelen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, werden versoepeld. De indices (enquêtes) van activiteit in de productie in de industrie herstelden tot niveaus van voor de corona uitbraak, zowel in Europa als in de VS. Eenzelfde indicator voor de dienstensector steeg eveneens weer boven de “groeiwaarde” van 50.

Dat neemt niet weg dat de daadwerkelijke productie in de industrie nog altijd ongeveer 8% lager is dan een jaar geleden. Afgezien van duidelijk lagere productie, is het niveau van consumptie ook flink lager. De verwachting is dat het Bruto Binnenlands Product in de meeste ontwikkelde landen dit jaar met ongeveer 10% zal dalen ten opzichte van 2019. Recentelijk geeft de berichtgeving van (grote) bedrijven deze zwakke economische omstandigheden weer: er zijn diverse aankondigingen gedaan over het schrappen van banen, verspreid over verschillende bedrijfstakken. De effecten van het corona virus, inclusief de lock down en verdere consequenties worden steeds duidelijker.

Economische ontwikkelingen en de verwachtingen daarover worden niet altijd in de koersen van aandelen weerspiegeld. In het derde kwartaal gingen de koersen van de brede aandelenindices per saldo enkele procenten omhoog, zodat het verlies van het eerste kwartaal verder terugliep. Door de uitzonderlijke koersstijgingen van vooral enkele specifieke (technologie) aandelen, staat de Amerikaanse markt zelfs op winst dit jaar (gemeten in US Dollar).

Op de obligatiemarkten waren de koersbewegingen in het derde kwartaal in het algemeen ook licht positief en daalde de rente in de meeste landen. Er wordt nu in de euro landen minder dan 1% rente vergoed op staatsleningen van 10 jaar, in een aantal landen (waaronder Duitsland en Nederland) is dat zelfs een negatieve rente. Beleggers nemen dan dus een negatief rendement voor lief, waarbij de zekerheid over het terug ontvangen van de inleg hoog is.

Corona noodfonds

Nadat op eerdere momenten forse steun werd gegeven door de Europese Centrale Bank (ECB) (in de vorm van lage beleidsrente en het opkopen van obligaties) en ook de verschillende regeringen (denk bijvoorbeeld aan de NOW regeling), volgde in de zomer een nieuw pakket aan maatregelen. Europese regeringsleiders kwamen met een noodpakket dat voor enige beweging in de rente in Europa zorgde. Het noodpakket van maar liefst €750 miljard is opgesplitst in “subsidies” (€390 miljard) en “leningen” (€360 miljard). Deze €750 miljard wordt in de vorm van een (uniek) Europees herstelfonds door de landen gezamenlijk in de begroting opgenomen. De invulling, na lange discussies tussen de regeringsleiders, impliceert vooral steun voor de zuidelijke landen (en wordt dus gefinancierd door de anderen). U herinnert  zich wellicht de term “vrekkige vier”, waarbij door de media in de zomer gerefereerd werd aan de vier landen (waaronder Nederland) die in deze discussies niet enthousiast waren over deze “giften”.

Als gevolg van deze afspraken liep het verschil in bijvoorbeeld de Italiaanse- en Duitse rente flink terug, door de sterkere daling in de Italiaanse rente. Weliswaar loopt naar schatting van economen de Italiaanse staatsschuld op tot 160% van het Bruto Binnenlands Product (van ongeveer 130% in 2019), maar door dit gezamenlijke fonds binnen de EU is deze toename aan schuld minder risicovol. De interesse in Italiaanse, maar ook Spaanse en Griekse obligaties was daarom groot, zodat de koersen sterker stegen en het renteverschil met Duitsland dus kleiner werd. (Detail is wel dat de afspraken nog goedgekeurd moeten worden door het Europese Parlement.)

Meer steun

Ook in de VS lag de focus op steunmaatregelen om ervoor te zorgen dat de economische effecten van de pandemie beperkt blijven. Daar werd (en wordt) discussie gevoerd door de Democraten en de Republikeinen, waarbij de verkiezingen -die aan de horizon verschijnen- natuurlijk een rol spelen. Ondanks dat er inmiddels een pakket van US Dollar 2,2 biljoen is goedgekeurd door het Huis van Afgevaardigden, is hiervoor nog geen goedkeuring verkregen in de Senaat. De maatregelen, onder andere directe steun aan huishoudens, zijn door de forse toename van de werkloosheid, meer dan welkom. Echter, met de verkiezingen in zicht -en dus het politieke spel tussen Republikeinen en Democraten- wordt deze uitbreiding van de overheidssteun wellicht doorgeschoven naar de nieuwe regering.

In het derde kwartaal kondigde de Amerikaanse Centrale Bank (Fed) aan om de inflatiedoelstelling op een meer flexibele manier in te vullen. Dit betekent per saldo dat de rente voor lange tijd op een laag niveau wordt gehandhaafd. Deze aankondiging zorgde samen met de politieke onenigheid voor een zwakkere  US Dollar. Tegelijkertijd zorgde de saamhorigheid in Europa (door in te stemmen met het noodfonds) er juist voor dat de euro sterker werd.

Trends in de wereld

Inmiddels is de herfst begonnen en is –helaas- ook het aantal besmettingen en zieken in de meeste landen weer toegenomen. Er wordt wereldwijd hard gewerkt aan de ontwikkeling van vaccins en medicijnen, maar duidelijk is dat we voorlopig rekening zullen moeten houden met het coronavirus.

We zien dat dit virus, naast allerlei andere (nare) gevolgen, een katalysator is voor veranderingen. Zo is de trend die in de wereld bestaat om steeds meer technologische producten en diensten te gebruiken, in een versnelling gekomen. Denk bijvoorbeeld aan online winkelen en thuiswerken, die wereldwijd enorm zijn toegenomen dit jaar. Dit zorgt voor verschuivingen in de economie: er is bijvoorbeeld meer behoefte aan middelen om digitaal te werken, terwijl er minder olie (benzine en kerosine) is verbruikt. Deze veranderingen kunnen gevolgen hebben voor de beleggingen in uw portefeuille en zijn voor ons dus van belang om daar in onze beleggingsvisie rekening mee te houden. Er is de laatste jaren al een verschuiving zichtbaar op de financiële markten: de marktwaarde van technologische bedrijven (bijvoorbeeld ASML, Apple, Microsoft, Amazon) is veel sterker gegroeid dan de waarde van “traditionele” energiebedrijven (Koninklijke Olie, Exxon, etc.). Dit verschil is dit jaar groter geworden, vooral omdat aandelen van technologische bedrijven een gemiddelde koersstijging van meer dan 20% hebben behaald, tegen een gemiddelde koersdaling van ruim 40% in de sector energie.

Het coronavirus lijkt ook de aandacht voor duurzaamheid te versterken. De trend om bij beleggingen rekening te houden met mens en milieu bestaat al langer, maar er is nu meer aandacht voor. Zo is er in de politiek geroepen om bij het geven van financiële steun te kijken naar mogelijke duurzame investeringen. Ook bij de ECB is meer aandacht voor duurzaamheid en klimaatverandering, sinds de komst van Christine Lagarde als President van de Europese Centrale Bank (ECB) vorig jaar. Nu de ECB vanwege haar opkoopprogramma obligaties uit de markt neemt, zou er met dit programma bijvoorbeeld indirect een energietransitie gefinancierd kunnen worden. De bank koopt dan “groene” obligaties in de markt. De obligaties hebben het predicaat “groen” omdat het geld besteed wordt aan projecten waarmee de transitie naar duurzame energie versneld wordt. Afgezien van de vraag of dit (beschermen van het klimaat) een taak van de ECB is, speelt daarbij een andere belangrijke vraag: wordt het geld ook daadwerkelijk voor duurzame projecten gebruikt? Zonder nu verder in te gaan op deze vragen, is de beperkte positionering die worden aangehouden in beleggingen in de sector Energie hierdoor wel bevestigd, waarbij de verwachting van een dalende vraag naar olie uiteraard ook meespeelt.

Wat deed Sequoia in het derde kwartaal?

Door de economische zwakte, de hoge waarderingen van zowel zakelijke- als vastrentende waarden en de onzekerheid over het verdere verloop van de coronabesmettingen, was de beleggingsportefeuille aan het begin van het derde kwartaal neutraal gewogen in de verschillende vermogenscategorieën. Binnen zakelijke waarden was de portefeuille gespreid over zowel meer defensieve posities (gezondheidszorg, goud) als groeibedrijven. Wij waren positief over de ontwikkelingen van vooral technologische bedrijven, ondanks de koerswinsten die sommige van deze bedrijven al hadden behaald. Mede door het belang van deze sector en de meer flexibele economie, waren naar onze mening de vooruitzichten voor de Amerikaanse beurs beter dan voor de Europese. Dit betaalde zich uit, ondanks de lagere koers van de US Dollar.

Binnen vastrentende waarden waren de beleggingen eveneens gespreid, over verschillende debiteuren (staat en bedrijf) en verschillende looptijden. Ook in dit deel van de beleggingsportefeuille zorgde de lagere koers van de US Dollar voor een negatieve bijdrage.

Gedurende het kwartaal is er geen aanleiding geweest om mutaties door te voeren; onze visie is niet aangepast. Per saldo waren de bewegingen op de beurzen relatief rustig, sommige momenten daargelaten. De verzwakking van de US Dollar had een negatief effect op de waarde van het betreffende (US Dollar) deel van de beleggingen. Echter, in geval onzekerheid en onrust zouden oplopen, is de US Dollar een “vluchthaven” en zal de munt aan kracht winnen. Dit was voor ons aanleiding om deze posities te handhaven. 

Inloggen

Bij onze depotbanken kunt u online de ontwikkeling van uw beleggingsportefeuille volgen. Via onderstaande links kunt u inloggen:


×